Kastelen

Kasteel Ophemert
Een excellente locatie voor seminars, direktievergaderingen, produktpresentaties en relatiemarketing.
Kasteel Ophemert, een Huys ende gesete tot Hemert, werd in 1403 door de Hertogen van Gelre in leen uitgegeven aan het geslacht De Cock. In 1552 werd het kasteel aangekocht door het geslacht Van Haeften. De laatste ambachtsvrouwe, Anne Margriet van Haeften, vermaakte in 1844 de heerlijkheden Ophemert en Zennewijnen aan haar trouwe raadsman Baron Mackay.
De huidige vorm en indeling van het kasteel biedt de mogelijkheid voor het houden van o.a. seminars, directievergaderingen en produktpresentaties.
In het kader van relatiemarketing kan Kasteel Ophemert u o.a. het volgende bieden:
Whiskey nosing, gevolgd door een Schots buffet een concert als verrassing voor uw relaties of als omlijsting voor uw diner een tocht met een Jan Plezier door de Betuwe
 
 
Kasteel Raadhuis Neerijnen
 
 
Kasteel Waardenburg
In Waardenburg ligt het Kasteel Waardenburg, dat in 1265, met toestemming van de Graaf van Gelre, werd gesticht door Rudolf du Cocq. Aanvankelijk bestond het gebouw slechts uit een houten toren, waarschijnlijk op de plaats van het huidige binnenplein. In 1283 verrees een nieuwe toren en een zaal, waarna in de daarop volgende eeuwen geleidelijk een grillig gebouwencomplex is ontstaan met een veelhoekige, twee vierkante en twee halfronde torens. De totale bebouwde oppervlakte moet ongeveer tweemaal zo groot zijn geweest als het huidige kasteel. Het robuuste kasteel, met een wat geheimzinnige uitstraling, verkeert momenteel helaas in een slechte staat en is niet voor bezoekers toegankelijk.
 
Door de jaren heen heeft Kasteel Waardenburg vele eigenaren/bewoners gehad. Reeds in 1397 werd het bezit van het geslecht van Broeckhuysen, in 1574 de van Arkels en in 1634 zwaaide Catharina van Gelre, de weduwe van een van de heren van Arkel, er de scepter. In 1618 werd het kasteel verkocht aan Johan Vijgh, waarna het achtereenvolgens in handen kwam van van Bronckhorst, van Aylvas en tot 1827 Van Pallandt. Daarna heeft het kasteel 68 jaar leeg gestaan, voordat er drie ongehuwde leden van deze familie introkken. Onder hun supervisie werd het kasteel gerestaureerd en uitgebreid.
 
Na de tweede wereldoorlog verkeerde het kasteel in slechte staat en was het nauwelijks bewoonbaar. De heer A.F. van Goelst, oud-burgemeester van Rossum huurde het met ingang van 1959 voor bewoning en wist het kasteel ten koste van veel inspanningen voor verder verval te behoeden. Na het overlijden van de laatste telg uit het geslacht van Pallandt, Jonkvrouw J.E. Barones van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen, in 1971, werd Jonkheer C.J.H. van Vredenburch te Velp de nieuwe eigenaar. Om het monument voor de toekomst veilig te stellen verkocht hij het aan de Stichting het Gelders Landschap.
Waarschijnlijk zal het kasteel in de toekomst door deze stichting weer in zijn oude luister worden hersteld.
 
 
Kasteel Wijk bij Duurstede
Het uit de dertiende eeuw stammende kasteel, even buiten de stad Wijk bij Duurstede, werd door het geslacht van Abcoude in leen ontvangen van de graaf van Bentheim en werd later bezit van de bisschoppen van Utrecht. De gedeeltelijk verwoeste, vierkante toren, de donjon maakte in het verleden deel uit van het kasteel. De ingang van de toren lag toen op de eerste verdieping als extra veiligheid voor de bewoners. De inrichting van de toren stond langer verblijf, tijdens een eventuele belegering toe. De fraaie, ronde toren wordt de Bourgondische toren genoemd, omdat deze in de vijftiende eeuw werd gebouwd door de bisschop David van Bourgondië, een zoon van Philips de Goede. Deze welgestelde kunstminnaar met tirannieke trekken, bewoonde het kasteel van 1470 tot 1496. Het kasteel werd nog tot omstreeks 1530 bewoond en werd later bezit van Keizer Karel V. Mede door verwoestingen door de Fransen omstreeks 1673 raakte het kasteel in verval. Het kwam in bezit van de Staten van Utrecht en later van J.H. Baron van Lijnden, die de ruines aan de stad Wijk bij Duurstede schonk. Halverwege de vorige eeuw werd de Bourgondische toren fraai gerestaureerd en ook werd het grondvlak van het kasteel opgemetseld, waardoor de bezoeker een redelijke indruk krijgt van de oppervlakte van het slot in zijn glorietijd.
 
 
Huis Doorn, Doorn
Het kasteel Doorn was al rond 1300 een versterkte woning, en groeide in de loop der eeuwen uit tot een kasteel met torens en een slotgracht. Het kasteel, dat enige keren werd verwoest kwam in 1635 in bezit van Reynier van Goltstein. Omstreeks 1700 ging het weer over in andere handen om vervolgens in het midden van de 18e eeuw te worden verbouwd, waardoor het hoofdgebouw zijn huidige vorm kreeg.
 
Huis Doorn dankt zijn bekendheid vooral aan de meer recente geschiedenis. In 1918 vestigde zich er namelijk de Duitse Keizer Wilhelm II, nadat hij de loyaliteit van de legerleiding had verloren. Aanvankelijk was hij enige tijd te gast bij Graaf Bentinck op het Kasteel Amerongen, maar in 1920 kocht hij Huize Doorn van Mevrouw W.C. de Beaufort, de weduwe van Baron W.H.J. van Hiemstra. De ex-keizer paste Huis Doorn aan zijn wensen aan. Hij liet onder andere het poortgebouw optrekken, waardoor men vanaf de weg het voorterrein betreedt.
 
Keizer Wilhelm IIKeizer Wilhelm II was gehuwd met Auguste Victoria van Sleeswijk-Holstein. Zij overleed in het jaar waarin Willem II huis Doorn betrok. De ex-keizer hertrouwde met Prinses Hermina von Reusz. Na zijn dood in 1941 vertrok prinses Hermine naar Duitsland waar ze in 1947 overleed. De kist van Willem II werd opgesteld in het mausoleum, dat daartoe op het terrein van Huis Doorn werd gebouwd.
 
 
Kasteel Amerongen
In 1286 wordt melding gemaakt van een huis te Amerongen, dat waarschijnlijk bestond uit een versterkte woontoren in een gracht. Vanaf 1557 was het huis in het bezit van de familie van Reede. Bij de inval van het Franse leger in 1673 werd het oude huis in brand gestoken. De bewoners, Godard van Reede en zijn vrouw Margaretha Turnor begonnen een jaar later met de herbouw. Op de oude fundamenten verrees het statige, sobere huis zoals het er nu staat.
 
Het interieur is vaak gewijzigd, maar de plafondschildering in het voorhuis, het stuckwerk in de grote zaal en vele portretten herinneren an de bouwheer en – vrouwe, Koning-Stadhouder Willem 3 bezocht de familie vaak en had een eigen kamer, de koningskamer, tot zijn beschikking. In 1879 erfde de familie van Aldenburg–Bentinck het kasteel. Onder leiding van de architect P.J.H. Cuypers, bouwmeester van onder andere het Rijksmuseum, werd een aantal kamers veranderd. In 1976 kwam het huis in het bezit van de Stichting Utrechtse kastelen.
 
 
Kasteel Soelen
Kasteel Soelen ligt met poortgebouw en koetshuis op een rond eiland. Reeds in 1298 wordt een "huis te Soelen" in een akte genoemd. Meermalen werd het verwoest en herbouwd. in 1574 liet kasteelheer Dirk Vijgh het gebouw in brand steken om te vooromen dat het Spaanse handen zou vallen. Ten noorden van het kasteel stond de burcht Aldenhage. Hier herinnert een oude sarcofaag aan een van de oude eigenaren: Johan Gijsbert Baron Verstolk van Soelen.
Het wapen van SoelenDe huidige vorm kreeg het kasteel na een ingrijpende verbouwing in 1643. Daarbij koos men voor een classicistische bouwstijl. Kasteel Soelen is altijd bewoond geweest. In 1975 zijn kasteel en koetshuis opgedeeld in appartementen. Het bezoeken van de gebouwen is niet mogelijk. De slotgracht heeft nog steeds dezelfde functie als eeuwen geleden.
 
 
Kasteel Weijenburg, Echteld.
Het Kasteel Weijenburg in het plaatsje Echteld, niet ver van de A 15, was van 1272 tot 1751 eigendom van de familie van Wijhe en kwam door huwelijk in het bezit van Willem van Wassenaar. Het kasteel bleef eigendom van deze familie tot het in 1817 overging in handen van de familie van Balveren, die het in 1928 via een veiling overdroeg aan Baron van Verschuer, een van de laatste zonen uit het geslacht van Balveren. Het kasteel werd niet door hem bewoond en raakte in verval. Bovendien heeft het kasteel in de tweede wereldoorlog veel schade opgelopen doordat er troepen gehuisvest waren. Het kasteel werd in 1956 geschonken aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen, onder de voorwaarde dat het zo spoedig mogelijk in de oude staat moest worden teruggebracht. Tijdens de restauratie, die in 1977 werd voltooid, werden keldergewelven ontdekt onder de binnenplaats en de poorttoren. Momenteel is het kasteel in gebruik voor feesten en bijeenkomsten.
Uw doelstellingen en wensen centraal